Klaaidobben-Toutenburgsingel

Klaaidobben – Toutenburgsingel

De monniken van de uithof Terheijl wonnen al klei, klei en veen. Klein om aardewerk en stenen van te maken, veen om de ovens te stoken, in Terheijl en in Aduard. Met de monniken verdween eind zestiende eeuw ook de echte keramische produktie. Tweede helft 19e eeuw begint de zoon van de toenmalige landgoedeigenaren een steen- en pannenfabriek. De kennis was niet meer in het gebied aanwezig, er werden Duitse seizoenarbeiders ingehuurd. (Bron Een paradijs in de kop van Drenthe -Landschapsbiografie van Terheijl bij Roden, Esgo W kuiper; Kenniscentrum landschap RUG.

Koninklijke Tichelaar, Makkum

In de literatuur is vooral sprake van kloostermoppen die her gemaakt zouden zijn door de monniken, en dat zal zeker gebeurd zijn, maar de klei is er eigenlijk te ‘vet’ voor, te plastisch, te ‘goed’. Je kunt er ook veel fijner mee werken.

Test met lokale potklei

Het museum in Aduard heeft in haar archief een grote collectie aardewerk en nog meer dozen vol potscherven. Potklei is goed genoeg om potten mee te maken, en borden, gebruiksaardewerk. Kwetsbaar omdat de sterk ijzerhoudende klei bij hogere temperaturen smelt. Klei die hoger gestookt kan worden is gemiddeld sterker. Voor een groot klooster is het dus zaak om zelf borden, potten en kannen te produceren, want er sneuvelt regelmatig iets.

 

(terug)

About the author: trumpetto